Het Bulgaars duo Hristina Beleva en Petar Milanov bracht deze maand (jan. 2012) hun debuut cd ‘On Focus‘ uit. Tegen een Bulgaarse achtergrond speelt het duo folk geïmproviseerde muziek op gitaar en gadulka: een drie-snarig strijkinstrumenten dat rechtop wordt bespeeld met (tien) resonantie snaren. De thema’s op ‘On Focus‘ zijn over het algemeen nieuw gecomponeerde stukken met een heldere thematiek, gespeeld op de gadulka.
De didgeridoo is het eeuwenoude volksinstrument van de Aboriginals, de oorspronkelijke bewoners van Australië.
Het instrument wordt gemaakt van een holle boomstam of tak van de eucalyptusboom die uitgehold is door termieten. Deze mieren hebben de kern opgegeten waardoor er een holle ‘buis’ is ontstaan.
(In Europa wordt de didgeridoo overigens ook wel gemaakt van PVC buizen of bamboe).
De kantele is een trapeze vormig tokkel instrument dat op de schoot wordt bespeeld. Bespannen met metalen, geit of paardenharen snaren. Het instrument komt veel voor in Finland maar ook in de Baltische staten en Rusland, weliswaar onder verschillende namen zoals de kokle, kanklés, kannel of gusli.
De cumbia is dé dansmuziek uit Colombia, ontstaan op de stranden van de Atlantische oceaan. Een mix van Latijns Amerikaanse ritmen met een gesyncopeerde melodie. Het ongekroonde cumbia volkslied is La Pollera Colora.
Na de Balkan oorlog van begin jaren ’90, brengt muziek producer Dragi Sestic een aantal musici bij elkaar om een demo-cassette op te nemen met drie liedjes. Deze cassette wordt verspreid onder vrienden en bekenden en op deze manier wordt even de oorlog ellende vergeten. De Mostar Sevdah Reunion (MSR) is geboren en de mannen spreken met elkaar af dat “na de oorlog de hele wereld de ‘sevdah’ leert kennen”, (‘sevdah‘ is het equivalent voor de Amerikaanse blues, de Portugese saudade of de Spaanse duende).
Régis Gizavo is de beste accordeonist van Madagaskar met een heel eigen manier van spelen die gemakkelijk te herkennen is door z’n glooiende virtuositeit.
De muziek van de Griekse zangeres Savina Yannatou(1959/Athene) ligt ergens tussen religieuze-, volks- en geïmproviseerde muziek. Een echte muzikale scheiding heeft ze (gelukkig) nooit gemaakt.
De hang is een betrekkelijk nieuw instrument. Het slaginstrument ziet eruit als een wok-met-deksel of een als een UFO. Op de bovenkant zijn inkepingen gemaakt die, als je erop slaat, een toon voortbrengen. Een toon die klinkt als een steel-drum of als een ‘Indonesische gamelan‘. De hang werd ontwikkeld door PAN-Art in Bern door Sabina Schärer en Felix Rohner en in 2001 gepresenteerd aan het publiek tijdens de muziekbeurs de Midem.
De hang weegt nog geen vier kilo en heeft een heel eigen geluid, een eigen sound die nog niet eerder te horen was en daardoor musici prikkelde om nieuwe combinaties uit te proberen. Zowel solistisch, duo, of in groepsverband. Het woord hang komt uit het Berns dialect waar het handen betekent. Een instrument dat met de handen wordt bespeeld.
In de jaren ’50 van de vorige eeuw was het Astor Piazolla die de tango een nieuw gezicht gaf. De orkesten werden groter, de bandoneon belangrijker, de werken langer en de tango verschoof van dans naar luistermuziek. Zo ontwikkelde hij de Nuevo Tango. Argentinië was er aanvankelijk niet blij mee, de rest van de wereld des te meer.